Fictieve woorden

wat als

wat als wij.
wat als jij.
wat als jij en ik,
als wij

dat ik wou
dat ik zo graag,
zo graag veel
maar te laat

dat jij
voor mij
altijd

dat wij
dat jij en ik
altijd

Fictieve woorden

Afgronden

Dat de houvasten die ik zocht
steeds vaker afgronden bleken
waarin we langzaam samen afgleden

Jij zag het het meest. Het eerst.
Dat ik moest loslaten.
Dat is wat ik in je ogen las.
Je zweeg.

Fictieve woorden

Dieper

Die keer dat vechten zwijgen bleek.
En geduld het moeilijkste woord.
Als dansen op een slappe koord
En de diepte invallen niet eens diep leek.

Die keer dat vechten niet meer
dan een woordenloze schreeuw
hangend in de te stille ruimte
de stilte in verdween.

Fictieve woorden

Brokkenpiloot

Ik luister naar je stem door de telefoon.
Laat jouw woorden even hangen tussen de kilometers in,
streel ondertussen zacht je lippen
terwijl mijn hart bemint.

Jij vertelt jouw verhaal.
En ik luister stil.
Hoor de brokken die ik heb gemaakt
En vraag me af of er nog iets lijmen wil

Rijmen dat wel.
Verhalen vol logica. Achteraf bekeken.
De wiskunde van gevoel:
Eén groot vraagstuk met teveel mogelijkheden.

Dat ik keihard wil vechten, ik zeg het stil.
Ik hou van je. Dat slik ik in.

Fictieve woorden

Interstellar

Jou verloren in de tijd
was ik op zoek
naar wormgaten
om door te kruipen.

Zwarte gaten waren het,
die me opslokten
en me dieper deden vallen
dan ik mogelijk dacht.

In duizend stukken.
Spagettified.

Fictieve woorden

Rondje rondom

Zichzelf verloren
tussen het leven en haar dromen
haastte ze zich hopeloos op zoek

De rest vergeten
raasde het bekende heden
rondjes rondom

Linken

Bot

Nelissen Mummy

Haar vingerkootjes (of toch de vier die we terugvonden) lagen nog verstrengeld in zijn middenhandsbeentjes.
En die van haar rechterhand lagen tussen zijn onderkaak en zijn sleutelbeen.

Ze moet hem gestreeld hebben.
Misschien een kusje in zijn nek.
(haar neusbeen vonden we vlakbij zijn halswervels terug)
“Ziedemijgraag?”
“Vooraltijdenaltijd?”

Na 5.000 jaar borstel ik ze weer bij elkaar.
Voorzichtig langs haar heilig- en haar stuitbeen.
Waar zijn knieschijf al die tijd ongegeneerd is blijven rusten.
Zijn ellepijp op haar schouderblad.
(maak nota op het opgravingblad: “Had haar tegen zich aangetrokken”)
En het duurde uren voor we hadden uitgemaakt welke teenkootjes bij wie hoorden.
Zo dicht liggen ze bij elkaar.

Bot tegen bot.
Een collega meent in “Nature” dat ze geofferd werden.
Een andere schrijft in “Science” dat ze niet al kussend maar al ruziënd het graf zijn ingegaan.
Maar ik veeg hun argumenten van tafel.
Ik blijf borstelen.
Tot de haartjes op zijn arm weer rechtkomen van haar zoen.
Van zo vel tegen vel.

(gedicht van Bloemen noch kransen, foto via)

Fictieve woorden

Hikken

Ik was bijna vergeten
Hoe je taal kon eten,
en letters slikken
Taaie woorden kon verbijten
Tot er niets meer over was
Behalve pijn.

Hoe je dan later begon
te hikken
en dat probeerde te verdrijven.
Door water te drinken op je kop
Door op en neer te wippen
En dan zoals altijd
door een klontje suiker
en azijn.