Fictieve woorden

Dieper

Die keer dat vechten zwijgen bleek.
En geduld het moeilijkste woord.
Als dansen op een slappe koord
En de diepte invallen niet eens diep leek.

Die keer dat vechten niet meer
dan een woordeloze schreeuw
hangend in de te stille ruimte
de stilte in verdween.
Fictieve woorden

Brokkenpiloot

Ik luister naar je stem door de telefoon.
Laat jouw woorden even hangen tussen de kilometers in,
streel ondertussen zacht je lippen
terwijl mijn hart bemint.

Jij vertelt jouw verhaal.
En ik luister stil.
Hoor de brokken die ik heb gemaakt
En vraag me af of er nog iets lijmen wil

Rijmen dat wel.
Verhalen vol logica. Achteraf bekeken.
De wiskunde van gevoel:
Eén groot vraagstuk met teveel mogelijkheden.

Dat ik keihard wil vechten, ik zeg het stil.
Ik hou van je. Dat slik ik in.

Fictieve woorden

Interstellar

Jou verloren in de tijd
was ik op zoek
naar wormgaten
om door te kruipen.

Zwarte gaten waren het,
die me opslokten
en me dieper deden vallen
dan ik mogelijk dacht.

In duizend stukken.
Spagettified.

Fictieve woorden

Rondje rondom

Zichzelf verloren
tussen het leven en haar dromen
haastte ze zich hopeloos op zoek

De rest vergeten
raasde het bekende heden
rondjes rondom

Linken

Bot

Nelissen Mummy

Haar vingerkootjes (of toch de vier die we terugvonden) lagen nog verstrengeld in zijn middenhandsbeentjes.
En die van haar rechterhand lagen tussen zijn onderkaak en zijn sleutelbeen.

Ze moet hem gestreeld hebben.
Misschien een kusje in zijn nek.
(haar neusbeen vonden we vlakbij zijn halswervels terug)
“Ziedemijgraag?”
“Vooraltijdenaltijd?”

Na 5.000 jaar borstel ik ze weer bij elkaar.
Voorzichtig langs haar heilig- en haar stuitbeen.
Waar zijn knieschijf al die tijd ongegeneerd is blijven rusten.
Zijn ellepijp op haar schouderblad.
(maak nota op het opgravingblad: “Had haar tegen zich aangetrokken”)
En het duurde uren voor we hadden uitgemaakt welke teenkootjes bij wie hoorden.
Zo dicht liggen ze bij elkaar.

Bot tegen bot.
Een collega meent in “Nature” dat ze geofferd werden.
Een andere schrijft in “Science” dat ze niet al kussend maar al ruziënd het graf zijn ingegaan.
Maar ik veeg hun argumenten van tafel.
Ik blijf borstelen.
Tot de haartjes op zijn arm weer rechtkomen van haar zoen.
Van zo vel tegen vel.

(gedicht van Bloemen noch kransen, foto via)

Fictieve woorden

Hikken

Ik was bijna vergeten
Hoe je taal kon eten,
en letters slikken
Taaie woorden kon verbijten
Tot er niets meer over was
Behalve pijn.

Hoe je dan later begon
te hikken
en dat probeerde te verdrijven.
Door water te drinken op je kop
Door op en neer te wippen
En dan zoals altijd
door een klontje suiker
en azijn.

Fictieve woorden

Uitgewist

Ik ben al uren aan het zoeken
naar de juiste woorden voor een gedicht.
Waar ik letters zachtjes over je huid kan laten glijden
en zin vertaal in zinnen.

Ik heb je in weinig woorden uitgekleed,
en je in een bad van stilte bemind
en later bij het je afdrogen heb ik alle woorden uitgewist.

Fictieve woorden

Herhaling

Ik laat me langzaam zakken in een bad van woorden
Terwijl jij me zacht toefluistert.
De letters stromen als water langs mijn mond naar binnen
Ik drink jouw taal.
Opstijgende damp verraadt ons verlangen
En legt mijn handen daar
waar jij begint.

Bedenkingen

Details

Men zegt dat onze ogen slechts het medium zijn. Het zijn de hersenen die er een geheel van maken. Maar het is niet het geheel waar het op aankomt. Het gaat over de details, de kleine storingen die ons dingen laten zien waar we geen woorden voor hebben – zo groot en tegelijk zo onbelangrijk is het geheel geworden – waardoor we door de hand Gods geslagen zitten te kijken als konijnen naar het licht.

Uit ‘Mondschilderingen’ van Peter Verhelst

Fictieve woorden

Woorden-loos

Terwijl de woorden zich langzaam op
het scherm schrijven, eet de backspace
ze niet veel later weer op.
De enter verstuurt minutenlang niets dan witte ruimte.

Zo moet het zijn geweest toen de spaceshuttle contact
verloor met de aarde.
Een tikkende cursor. Het wachten.

‘Je bent weer woordenloos’ schrijf je.
Dat ik mijn ogen niet hoef te sluiten om je te zien.
En dat mijn handen, hoewel ze woorden typen,
langzaam over je rug glijden, in diafragma 2.8.
Dat je ogen mooi zijn. En je kwetsbaar kijkt.
Dat ik. Dat ik. Dat ik…

Je hebt gelijk. Ik ben weer woordenloos.
Je ontneemt me de woorden die jou zouden uitkleden,
langzaam de kleren van je lijf zouden rukken.
De woorden die je willen liefhebben,
en handen leggen op je lijf.

Die jou helemaal naakt gemaakt
mij handen op mijn mond leggen
en dwingen tot woordenloosheid