Fictieve woorden

Uit.

‘Ik ga uit’, zei ze.
Je keek haar aan,
schijnbaar nonchalant
‘Je doet maar’
‘Ik doe maar’
‘Ga maar,
trek haar maar aan,
daag haar maar uit.’
Het waren je ogen die je verraadden.

Dat ze jou wou uitdagen.
Jou aantrekken.
En niet veel later
jou uit trekken.
Eerst je linkerschoen.
Als laatste je onzekerheid.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *