Fictieve woorden

Braille

Ik proefde de zoetheid van je stem,
en terwijl ik mijn woorden verrijkte met de
smaak van Marokkaanse munt, versmolten onze
monden tot een onverstaanbare taal.

Alsof we braille spraken, zei je.
Je liet mijn vingertoppen voelen wat je
daarmee bedoelde.

Fictieve woorden

De taal waarin je baadt

Je streelt het bad van woorden,
Laat zachtjes de ruwheid van mijn zoute stem over je armen schuren,
tot we langzaam in het water van de stilte glijden.

Ik drijf op ongesproken taal,
op onvervoegd verlangen,
laat jouw handen om mijn handen,
jouw lippen op mijn handen,
jouw woorden op je lippen.

Zo blijven we liggen in de tijd.

Fictieve woorden

De angst

Je kwam langs mijn benen mijn lijf opgekropen.
strengelde je langs mijn armen,
langzaam rond mijn nek.

Ik vergat te ademen…

Je laat mijn hart sneller kloppen
en nestelt je in mijn hoofd.
waar je uren later nog zal zitten.

Wanneer zij, veel later,
mij zachtjes in haar armen neemt,
blaas je een stille aftocht.

Geluidsloos kijk ik je na.

Fictieve woorden

Uit.

‘Ik ga uit’, zei ze.
Je keek haar aan,
schijnbaar nonchalant
‘Je doet maar’
‘Ik doe maar’
‘Ga maar,
trek haar maar aan,
daag haar maar uit.’
Het waren je ogen die je verraadden.

Dat ze jou wou uitdagen.
Jou aantrekken.
En niet veel later
jou uit trekken.
Eerst je linkerschoen.
Als laatste je onzekerheid.

Fictieve woorden

Neergeschreven

Je wist dat ik je had
neergeschreven. Je lichaam
met fluwelen zinnen had omhuld.
Op sommige plaatsen je kleren
had weggegomd en
je schoonheid met fijne pennetrekken
voorzichtig aangeraakt.

Ik had de zachtheid van je handen
beschreven als zijden wolken
die langs me heen streken
terwijl hun druppels als tranen
langs je wangen gleden.

De inkt vormt langzaam grote meren
om in weg te dromen.
Jij sluit je ogen.
Ik kus ze met woorden.

Fictieve woorden

Verplaatste lucht

De plek op mijn arm
herinnert dat wat echt was.
Een afdruk van eerder
Je tanden in mijn huid
Je handen tussen mijn benen.

Dat, nadat
de lakens zijn gladgestreken,
jij blijft.
In je geur
aan mijn handen.

Fictieve woorden

Leeg

Dat hij haar heel de nacht had aangeraakt
En zij daarvan niet kon slapen.

Dat hij anders niet kon slapen, bang te ontdekken de werkelijkheid een leeg bed was.

Fictieve woorden

Stroom

Dat ik alle woorden al eens eerder had gezegd
en met minstens evenveel liefde.
Dat ik anderen had liefgehad en misschien liever.
Dat ik in herhaling viel, telkens opnieuw
dezelfde soort vrouwen koos.
Dat ik misschien maar es moest nadenken of
ik mezelf niet in zoveel liefde verloor.

Je zei het terloops en tussen de zinnen door.

Je woorden bleven stromen. Van alles een beetje.
Tot ik langzaam een vinger op je lippen,
je van woorden ontnam.

En jij, eindelijk, de tranen liet komen.

Fictieve woorden

Glinsterend glas

Ze zijn als het volle glas
dat op de rand van de tafel
balanceert en uiteindelijk valt.
In snelheid verhoogt
en met een razende klap
uiteenspat. Scherven snijdend
klieven door de lucht,
terwijl het vocht de wonden
blust.

Fictieve woorden

Aangetrokken

Ik trek je aan.
En duw je weg.
Vlei je tegen me aan
En trek je kleren uit.
Hou van je
een paar uur lang.
Staar dan naar het lege bed,
om me af te vragen
wat het was dat ik zag.
Dubbelzinnigheid
ontdubbeld?