Fictieve woorden

Zwarte holen

Het was alsof iemand een boel ideen had vastgenomen, mijn schedel had opengedaan, alles erin gedouwen en dan eens keihard had gestuiterd.
Ik wist het niet meer. Ik wist niets en alles was chaos.
Zoals die zwarte holen waarin ruimteschepen verdwijnen in science fictions films, maar dan anders.
En de wereld, die was veels te hard aan het draaien en alles stond op zijn kop.

En de planeten die begonnen te botsen, keihard, tegen elkaar.
En de honden konden praten en de mensen blaften.
Precies fictie, maar dan anders…

Fictieve woorden

Nu en hier.

Jij laat het nu en hier,
Zelfs het waarom
Oplossen

Tot enkel het existentiele ‘wij zijn’
Overblijft.

Met 1 vinger
Wis je mijn lichaam
En tergend langzaam
Toon je me waar God
de hemel schiep.

Fictieve woorden

Halve zinnen

Of ik alsjeblief en zo snel mogelijk

Ze klonk oprecht
Ik probeerde

Dat het niet kon
Dat het niet mocht

Ze begon
En later nog meer

Snikkende tranen drupten langs
Uren, dagen, maanden

Ze stopte
Ik ook.

Fictieve woorden

De eenzame vis

In ons huis woont er een vis.
Hij zwemt vierkantjes in een te kleine bokaal.
Voor de zoveelste keer weerklinkt hetzelfde lied uit de boxen.
Alsof er in onze muziekgeschiedenis maar 57 mooie liedjes bestaan.
Radio maken lijkt me niet moeilijk.
Het druppelt tranen in zijn hart. Maar hij kan niet denken.
Achter zijn glazige ogen ligt niets dan leegte en onwetendheid.
De klokken luiden maar het tijdperk blijft hetzelfde. De eenzaamheid ook. Alleen het water wordt viezer.
In zijn wereld bestaan er geen tv’s, geen morgen en geen vandaag, geen onverwacht bezoek, geen mooie schoenen om te kopen.
In de glans van het glas schrikt hij van de uitvergrote weerspiegeling. Hij gaat voor zichzelf op de vlucht.
Hij zwemt zichzelf verloren.

Fictieve woorden

De droom en de duisternis.

Ik hou van hoe je me gewichtloos aanraakt.
Alsof de wind over me ademt, zachtjes en stil.
Ik durf mijn ogen niet te openen, bang te staren in de leegte,
en te ontdekken dat er niets is behalve droom en duisternis.

Fictieve woorden

Zwijgen

Ze keek hem aan, ongelovig, hoe, als hij de vreemdste verhalen vertelde, een glimlach op haar gezicht kon toveren.
Ze keek hoe zijn lippen een vijver van woorden vormden en hoe ze erin kon verdrinken, terwijl op de achtergrond als in een vaag verre radio een verhaal werd verteld.

Fictieve woorden

Sterren en driehoeken

Je lach is bevrozen, een fractie van een seconde gaat de eeuwigheid in.
Of toch tenminste zestig jaar.
Dat moet ongeveer de houdbaarheid zijn van het fotopapier dat je niet laat verouderen.
En dat daarmee ook even de tijd stopt.

Ik kijk naar de rimpels om je ogen en strijk ze glad.
Later zal het papier verkreukelen en wat vergelen.
Verborgen in de zoom van mijn jas bescherm ik je tegen
wie het tegen ons heeft gemunt.

Ooit zal hij zien hoe mooi je was,
toen hij nog niet bestond,
toen de aarde nog in zwart wit leek
en ‘groote oorlogen’ onze wereld teisterden
en hoe wat hij niet kent nooit mag vergeten.

Fictieve woorden

Kadans van gevoel

Je woorden grijpen me
bij de keel. Drukken als vingers
op mijn adem en versmachten
al mijn gedachten.

Langzaam laat je me
los, en terwijl de laatste aanraking
nog tintelend een afdruk achterlaat,
weet je jezelf te laten verdwijnen.

Ik snak naar lucht
slik het in, en drink de nacht
die me smachtend achterlaat.
De bomen wuiven vaarwel.

Fictieve woorden

Spiegelen

Ze zeggen dat fotografen zichzelf zoeken in de spiegel van de ogen van hun onderwerp.
Hij wist niet of het waar was, wel dat hij hield van zijn spiegelbeeld in haar ogen.
Hoe zij naar hem keek. Hem op slag veranderde in iets wat hij nooit zou kunnen zijn.

Ze keek naar de littekens die in zijn ziel waren gegroefd. Ging er met een vinger overheen. Ze probeerde licht als licht en stil als de stilte te zijn. Te verdwijnen. Teveel vragen, te veel antwoorden.

De ruimte werd doorkliefd met bonkende beats. Herkenbare tonen lieten ons dansen zoals we eerder al deden met anderen in even onherkenbare plaatsen.
Je glimlachte en werd iemand anders.
Ik werd zij.
We gleden verder af in het donkerte van de nacht en stopten niet met te zijn wie we nooit zouden zijn behalve dan die keer dat we het ooit waren geweest.

Ze wordt wakker en verkent waar ze is.
Wie ze is.
Het gezicht in de spiegel toont een vrouw.
Gisteren zou ze ze gezworen hebben dat dat anders was.
In een boek zou dit alles kunnen, zouden mannen vrouwen worden en vrouwen mannen, en zwaartekracht zou haar laten vliegen zonder in de ruimte te zijn. Paarden zouden kunnen praten en katten zingen.

Net zoals de schilder die het schilderij schildert en even later met witte verf alles uitwist.
Onder dikke lagen wit gaan verschillende tekeningen verloren, om jaren later zorgvuldig te worden ontdekt.
Dan zullen de historici niets anders kunnen dan gissen en wordt het verleden niets anders dan een fictief verhaal.