Ik laat me langzaam zakken in een bad van woorden
Terwijl jij me zacht toefluistert.
De letters stromen als water langs mijn mond naar binnen
Ik drink jouw taal.
Opstijgende damp verraadt ons verlangen
En legt mijn handen daar
waar jij begint.
Details
Men zegt dat onze ogen slechts het medium zijn. Het zijn de hersenen die er een geheel van maken. Maar het is niet het geheel waar het op aankomt. Het gaat over de details, de kleine storingen die ons dingen laten zien waar we geen woorden voor hebben – zo groot en tegelijk zo onbelangrijk is het geheel geworden – waardoor we door de hand Gods geslagen zitten te kijken als konijnen naar het licht.
Uit ‘Mondschilderingen’ van Peter Verhelst
Woorden-loos
Terwijl de woorden zich langzaam op
het scherm schrijven, eet de backspace
ze niet veel later weer op.
De enter verstuurt minutenlang niets dan witte ruimte.
Zo moet het zijn geweest toen de spaceshuttle contact
verloor met de aarde.
Een tikkende cursor. Het wachten.
‘Je bent weer woordenloos’ schrijf je.
Dat ik mijn ogen niet hoef te sluiten om je te zien.
En dat mijn handen, hoewel ze woorden typen,
langzaam over je rug glijden, in diafragma 2.8.
Dat je ogen mooi zijn. En je kwetsbaar kijkt.
Dat ik. Dat ik. Dat ik…
Je hebt gelijk. Ik ben weer woordenloos.
Je ontneemt me de woorden die jou zouden uitkleden,
langzaam de kleren van je lijf zouden rukken.
De woorden die je willen liefhebben,
en handen leggen op je lijf.
Die jou helemaal naakt gemaakt
mij handen op mijn mond leggen
en dwingen tot woordenloosheid
Strip
ik strip alles weg. het hier, het nu. tot alleen naaktheid overblijft.
Zweven
is het mijn verlangen dat je net niet aanraakt,
zweeft boven je zachte huid,
je benen opendenkt,
zichzelf dieper glijdt.
Fragment
De maanden die daarop volgen, bleef ik je lezen met mijn handen.
Het gemakkelijkst was als je kippevel had. Dan zei ik ‘Je hebt het koud’.
En ik was altijd juist.
Andere dagen was het moeilijker en was het lezen een moeilijke taak.
Liefdesaanslag
Je slaat aanslagen liefde
op een toetsenbord.
Stuurt digitale kussen
doorheen kabels onder de oceaan
Onze gedachten glijden
op de schermen
voor onze ogen, tegelijk
1000den kilometers vandaan
Je pleegt een aanslag
op mijn hart, tikt
ongekende gevoelens wakker
totaal onverwacht.
Heden
Dat je enkel het heden leerde
En het verleden en de toekomst
pas later kwam,
Ik glimlachte.
Dat het vandaag wel ok was
Het gisteren niet meer
dan een hoopje melancholie,
en het morgen luchtkastelen fantasie
Het heden is een nuchter individu,
geen loze beloftes, geen gemiste kansen
geen kapotgeslagen dromen.
Gewoon, een ‘ik wil je’
‘Nu.’
Taal
Waar eerder de woorden
mijn mond overstroomden
en rolden als druppels
over jouw warme lijf
zijn het nu jouw zorgvuldig
gekozen zinnen
die langzaam geduldig
blijken te beminnen
Schijnbaar woordenloos
stom, slik ik zinnen in.
Zwijg ik wat te groot is,
en kus je, de stilte in.
Diepte
Dat de nacht
waarin we waadden
diep was, en ik verdronk
in diepere dieptes
Dat de woorden
die we spraken
vloeiden als wijn
en rivieren vormden
Dat we beiden naakt
de nacht doorzwommen
En later glimlachdronken
Elkaar dieper kusten.